Wetsvoorstel biedt onvoldoende bescherming erfgenamen

Het wetsvoorstel ‘bescherming erfgenamen tegen onverwachte schulden’ doet niet wat het zegt te zullen doen. Het beschermt erfgenamen onvoldoende tegen het risico om met hun eigen vermogen aansprakelijk te zijn voor een tekort in een nalatenschap.

Een erfgenaam heeft drie opties: verwerpen, zuiver aanvaarden of beneficiair aanvaarden van de erfenis. Bij zuivere aanvaarding ben je als erfgenaam verplicht om met je eigen geld de schulden van de erflater te voldoen, als de nalatenschap te weinig verhaal biedt. Beneficiaire aanvaarding beschermt tegen deze verplichting, doordat alleen de nalatenschap aansprakelijk is voor schulden. Als de keuze eenmaal gemaakt is, kan daar niet meer op worden teruggekomen. Wat veel mensen niet weten, is dat een keuze ook door gedrag of juist door stilzitten kan worden gemaakt.

Gedraagt een erfgenaam zich ten aanzien van de nalatenschap als ‘heer en meester’, of laat hij na tijdig een bewuste keuze te maken, dan wordt hij geacht zuiver te hebben aanvaard.

Twee broers in Delft die op de dag van het overlijden van hun moeder samen met hun partners in een Chinees restaurant een eenvoudige maaltijd nuttigden, kregen hierdoor het deksel op de neus. Tijdens het eten regelden zij de uitvaart ene bescheiden rekening werd betaald met de pinpas van hun zojuist overleden moeder. Later oordeelde de rechter dat zij enkel door te pinnen van de bankrekening van hun moeder de nalatenschap zuiver hadden aanvaard. Zij hadden namelijk als ‘heer en meester’ over de nalatenschap beschikt. Vervolgens zijn deze twee broers voor tonnen aansprakelijk met hun eigen vermogen, omdat de erfenis van moeder per saldo zwaar negatief bleek te zijn.

Nog een voorbeeld: een moeder die na het overlijden van haar zoon samen met enkele familieleden diens huurwoning leeghaalde en daarna onder meer zijn televisie, piano en sterrenkijker weggaf, werd door die handeling eveneens geacht zuiver te hebben aanvaard. Ook deze erfgenamen werden aansprakelijk met hun eigen vermogen.

En verpleeghuizen gunnen nabestaanden na een overlijden vaak maar één of twee dagen de tijd om de spullen van de overledene op te halen. De kans blijft ook na inwerkingtreding van het wetsvoorstel groot, dat een erfgenaam, die na het opruimen iets verkoopt of weggeeft, zich ongewild grote schulden op de hals haalt.

De bescherming voor erfgenamen tegen onverwachte schulden die het wetsvoorstel biedt, gaat naar onze mening dus niet ver genoeg. Alleen als er een schuld blijkt te zijn die een erfgenaam niet kende en ook niet kon kennen, biedt de nieuwe wet de zuiver aanvaardende erfgenaam bescherming. De broers uit de hiervoor gegeven situatie waren hiermee waarschijnlijk niet geholpen geweest. Immers: alleen in uitzonderlijke omstandigheden valt een schuld onder deze voorgestelde wetsbepaling.

Wij pleiten daarom voor schrapping van de wetsartikelen waardoor erfgenamen onbewust zuiver kunnen aanvaarden, enkel door gedrag of stilzitten. Als geen uitdrukkelijke keuze is gemaakt, zou beneficiaire aanvaarding het wettelijk uitgangspunt moeten zijn. Deze keuze brengt weliswaar enige extra kosten met zich mee, omdat een vereffenaar moet worden aangesteld, maar die extra kosten wegen al heel snel op tegen het risico voor aansprakelijkheid voor schulden van de erflater.

De wetgever behoort naar onze mening betrokken en goedwillende erfgenamen te beschermen tegen aansprakelijkheid voor tonnen vanwege een ondoordachte uitgave van een paar tientjes of het weggeven van een sterrenkijker.

Advocaten en Fiscalisten