Wie betaalt de legitieme vordering?

Erflaatster heeft een zoon en dochter. Omdat zij met haar zoon al sinds 1976 geen contact meer heeft, benoemt zij in haar testament haar dochter voor de helft van de nalatenschap tot erfgenaam en benoemt ze de twee kinderen van de zoon, haar kleinkinderen, tezamen en voor gelijke delen, voor de andere helft van de nalatenschap tot erfgenaam.

Erflaatster wil voorkomen dat haar zoon uit haar nalatenschap erft, zonder haar kleinkinderen tekort te doen. Haar dochter stelt ze nog gerust: “Alles is prima geregeld, want je broer krijgt niets”.

Waar erflaatster echter geen rekening mee heeft gehouden, is de mogelijkheid van haar zoon om een beroep te doen op zijn legitieme portie. Van die mogelijkheid maakt de zoon na haar overlijden ook gebruik. De zoon krijgt daarmee een vordering op de nalatenschap. De vraag is ten laste van welk erfdeel – dat van de dochter of dat van de kleinkinderen – deze vordering moet worden voldaan.

De hoofdregel is dat deze vordering ten laste van alle erfdelen naar evenredigheid wordt voldaan – de erfdelen worden ingekort – tenzij in het testament een afwijkende inkortingsregeling is opgenomen. Daarvan is in dit geval geen sprake, zodat de vordering van de zoon tot betaling van zijn legitieme portie voor 50% ten laste van de dochter komt en voor 25% ten laste van elk van de kleinkinderen. Dit resulteert er in dit geval in dat ongeveer 60% van de nalatenschap van erflaatster naar de zoon (als legitimaris) en zijn kinderen (als erfgenamen) gaat, en slechts 40% van de nalatenschap naar de dochter vloeit. Daarmee is de dochter het niet eens. Het was immers de bedoeling van erflaatster om de zoon te onterven, terwijl zijn kant van de familie op basis van het testament en het beroep op de legitieme nu in de praktijk het meeste erft. Zij stelt zich daarom bij de rechtbank Midden-Nederland op het standpunt dat het testament zo moet worden uitgelegd, dat de legitieme vordering van de zoon volledig moet worden voldaan uit de erfdelen van de kleinkinderen.

De rechtbank gaat in die stelling niet mee en stelt vast dat uitleg van een testament volgens artikel 4:46 BW in twee fasen dient plaats te vinden. In de eerste fase moet worden beoordeeld of het testament onduidelijk is. Naast de grammaticale uitleg, zijn hierbij ook de met het testament gewenste regeling van verhoudingen en de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt van belang. Niet nodig is dat deze verhoudingen en omstandigheden uit het testament blijken. Indien wordt vastgesteld dat het testament onduidelijk is, dient in de tweede fase te worden beoordeeld wat de bedoeling van de erflater is geweest. In deze fase mag rekening worden gehouden met daden en verklaringen van de erflater buiten het testament.

De Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat het ontbreken van een in het testament voorgeschreven inkortingsvolgorde in dit geval niet maakt dat het testament geen duidelijke zin heeft. De wet geeft immers ook een regeling voor inkorting De bedoeling om de twee takken van de familie gelijkelijk te bedelen, zoals de dochter voorstaat, blijkt niet uit het testament, of anderszins uit de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt. Het testament kan dus niet worden aangevuld met een van de wet afwijkende inkortingsvolgorde. De inkorting komt dus ten laste van zowel de erfdelen van de dochter als van kleinkinderen.

Het verdelen van een nalatenschap bij testament lijkt eenvoudig, maar bij het op papier zetten van de gewenste verdeling moet met alle scenario’s rekening worden gehouden. Verliest men dit uit het oog, dan kan dat tot ongewenste gevolgen leiden. Een discussie als in deze procedure had voorkomen kunnen worden als in het testament van erflaatster rekening was gehouden met een mogelijk – en niet onwaarschijnlijk – beroep op de legitieme van de zoon. Daarnaast had het in een discussie over uitleg van het testament zeker geholpen als erflaatster in haar testament niet alleen had beschikt over haar nalatenschap, maar daarin ook kort had toegelicht waarom zij tot deze regeling was gekomen en wat zij daarmee beoogd had te bereiken. Het toevoegen van een dergelijke considerans schept veel duidelijkheid voor erfgenamen en voorkomt een hoop onnodige discussies.

Wie advies wil over de mogelijkheden, of zijn testament wil laten checken om te zien welke potentiële conflicten hierover kunnen spelen en of de kans daarop door aanpassing kan worden verkleind, kan uiteraard contact opnemen met de sectie erfrecht van Benvalor advocaten.

Advocaten en Fiscalisten