Start-up gebaat bij uitbetaling van loon in aandelen

Participatie van werknemers in jonge innovatieve bedrijven zou door fiscus moeten worden gefaciliteerd

De meeste start-ups kunnen hun werknemers geen (goed) salaris bieden, maar wel aandelen geven. Dit stuit helaas op allerlei fiscale problemen. Start-ups zouden tot een bepaald financierings- en omzetniveau moeten worden gefaciliteerd om hun werknemers vrijelijk te laten participeren. Dit zou het start-upklimaat in Nederland enorm bevorderen.

Start-ups leveren een belangrijke bijdrage aan de economie. Er zijn er nu zo’n 7000, die in 16.000 banen voorzien en een totale omzet genereren  van 2 miljard euro. Het zijn jonge bedrijven die vanwege een technische vinding (octrooi, software, etc.) een business model hebben dat goed schaalbaar is. In potentie zijn het de nieuwe TomTom’s en ASML’s van Nederland, maar slechts een klein percentage start-ups is uiteindelijk succesvol. De meeste halen de eindstreep niet.

De financiële middelen van een start-up zijn beperkt, zeker in de beginfase. Bij een bank hoeft een start-up niet aan te kloppen en er zijn maar weinig business angels en durfkapitalisten die echt in een vroeg stadium investeren. Een start-up wil programmeurs of andere techneuten aannemen, maar heeft geen geld. Deze werknemers zijn bereid genoegen te nemen met geen, of een veel lager, salaris als zij (ook) een belang in de onderneming krijgen. Fiscaal wordt het verstrekken van gratis aandelen gezien als loon waarover de start-up loonheffing moet inhouden, terwijl het doel juist is om cash-out te voorkomen. En hoe moet de hoogte van dit loon worden vastgesteld? Afstemming met de fiscus kost tijd en geld, dat er niet is.

Ter bevordering van het start-tupklimaat heeft VVD-kamerlid Anne-Wil Lucas in 2013 het plan #StartupNL aangeboden aan minister Kamp van Economische Zaken. Een van de 43 actiepunten betrof de fiscaalonvriendelijke werknemersparticipatie. Kamps’ reactie was dat start-ups in plaats van salaris, opties op aandelen kunnen verstrekken. Belastingheffing over de waardesprong vindt dan plaats bij uitoefening van de optie in box 1 (inkomen). Als een start-up na een paar jaar uiterst succesvol blijkt te zijn en de werknemers van het eerste uur hun opties verzilveren, krijgen zij als beloning voor hun risico een heffing van 52% over de meerwaarde van hun aandelen! Dat is bepaald geen stimulans en wordt in de praktijk bij start-ups dan ook zelden toegepast.

De minister zou moeten faciliteren dat jonge innovatieve bedrijven aandelen in plaats van loon aan hun werknemers toekennen zonder dat dit hen fiscaal zwaar raakt. Zonder deze en andere faciliteiten vertrekken start-ups naar het buitenland of komen samenwerkingen niet tot stand. De oplossing is eenvoudig. Start-ups waarin minder dan een half miljoen euro is geïnvesteerd door business angels en durfkapitalisten en die nog geen half miljoen euro aan omzet hebben gegenereerd, zijn feitelijk niet veel meer dan ideeën. De succesratio van deze start-ups is zo laag, de toekomst onzeker en het moment dat positieve cashflow wordt gegenereerd vaak nog ver weg, dat zij op nihil gewaardeerd kunnen worden.

Kamp zou kunnen bepalen dat toekenning van aandelen aan werknemers van start-ups die voldoen aan deze criteria mogelijk is tegen betaling van de nominale waarde van deze aandelen. Van een box 1-heffing is dan geen sprake, de aandelen worden in box 3 (vermogen)gehouden. Dit sluit aan bij de rulingpraktijk voor life science start-ups waar al een vergelijkbare regeling geldt. Het bedrag van een half miljoen euro is arbitrair en kan ook iets hoger of lager worden vastgesteld, zolang er maar een grens wordt aangegeven waarbinnen werknemers vrijelijk kunnen participeren.

Als de politiek van Nederland een start-updelta wil maken, dan wordt het tijd voor meer concrete maatregelen zoals deze. Dat zet zoden aan de dijk om maar in deze retoriek te spreken.

Dit artikel van Sjoerd Mol werd gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 2 maart 2015 (lees meer).

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook