Van de Deken: gedragsregel 18

Met zekere regelmaat stelt iemand mij de vraag wat een deken zoal doet. Ik denk dat ik nog geen twee keer hetzelfde antwoord heb gegeven. Een rode draad is wel te ontwaren: Core business is het behandelen van klachten. Soms leidt mijn antwoord dan tot de vervolgvraag of ik niet “genoeg” krijg van al dat geklaag. Ik reageer inmiddels met een maatschappelijk verantwoorde reactie.

Overigens, klachtbehandeling is inderdaad één van de hoofdtaken. Gelukkig weten wij het grootste gedeelte van de klachten tot een voor zowel klager als beklaagde aanvaardbare oplossing te leiden. Met “wij” doel ik mede op de stafmedewerkers en de leden van de Raad van Toezicht. De medewerking van de betrokken advocaten is daarbij van het allergrootste belang. Ik merk dat de meeste van de betrokken advocaten dit ook beseffen.

In de vorige editie van het baliebulletin schreef ik al dat regel 12 zorgt voor veel contacten met advocaten. Regel 12 staat jaar in jaar uit ook garant voor een grote dosis klachten.

U weet het wel, regel 12 schrijft voor dat op de inhoud van brieven en mededelingen tussen advocaten in rechte in beginsel geen beroep mag worden gedaan. Advocaten zouden echter geen advocaten zijn indien zij niet zouden zoeken naar uitzonderingen op de hoofdregel. Zo kreeg ik onlangs een brief onder ogen die een advocaat rechtstreeks zond aan de wederpartij van zijn cliënt. Ter voorkoming van het overtreden van de gedragsregels bevatte deze brief vanzelfsprekend een aanzegging met rechtsgevolg en was afschrift van deze brief gelijktijdig verzonden aan de advocaat van de wederpartij. Alles, uiteraard zou ik bijna zeggen, geheel in overeenstemming met regel 18. Niets aan de hand, zou je zeggen. Op grond van regel 18 lid 2 mag de advocaat die een aanzegging met rechtsgevolg doet zich immers rechtstreeks tot de wederpartij wenden mits onder gelijktijdige verzending van een afschrift aan diens advocaat. U begrijpt, zo eenvoudig is dat dus niet. In een uitspraak van het Hof van Discipline van 22 juni 2001 hebben wij dit al kunnen zien. Deze uitspraak is overigens om verschillende redenen interessant, maar voor nu is relevant dat het Hof, kort gezegd, overwoog dat niet viel in te zien dat aan de rechtstreeks aan de wederpartij gedane aanzegging enig rechtsgevolg is verbonden dat niet verbonden zou zijn aan eenzelfde aanzegging die door tussenkomst van de advocaat van de wederpartij zou zijn gedaan. Het Hof oordeelt dat de beklaagde advocaat daarmee in strijd heeft gehandeld met de betamelijkheidsnorm door zich zonder dat daartoe enige noodzaak bestond bij brief rechtstreeks te wenden tot de wederpartij en niet diens advocaat. In een noot onder deze uitspraak (Advocatenblad 2004, nr. 7) heeft mr. J.Chr.P. Ekering de hoop uitgesproken dat deze beslissing van het Hof geen bestendige tuchtrechtelijke jurisprudentie wordt. Mr. Ekering maakt duidelijk dat in regel 18 lid 2 er bewust voor is gekozen de advocaat de vrijheid te geven een aanzegging met rechtsgevolg rechtstreeks aan de wederpartij te doen, terwijl eerder was voorgesteld dat iedere aanzegging met rechtsgevolg juist rechtstreeks aan de wederpartij diende te worden gedaan. Het tweede lid van regel 18 werd overigens in 1992 geïntroduceerd. Aanleiding hiervan was: “de opvatting in de rechtspraak dat aanzeggingen en dergelijke gedaan aan een ander dan degene voor wie ze bestemd zijn, niet steeds als rechtsgeldig gedaan mochten worden aangemerkt”.  Een voorbeeld daarvan noemt mr. Ekering in zijn noot. De roep van mr. Ekering lijkt tevergeefs. Op 7 december 2009 oordeelt de Raad van Discipline Amsterdam namelijk in lijn met de hiervoor aangehaalde uitspraak van het Hof van Discipline. De Raad oordeelde dat de aanzegging niets anders is dan een reguliere ingebrekestelling en dat de aanzegging niet als een aanzegging met rechtsgevolg kon worden aangemerkt. De wettelijke verhoging, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten waar de in genoemde brief gevatte aanzegging zich op richt vloeide immers uit de wet voort. Nu ken ik het dossier inhoudelijk niet en wil ik mij niet graag wagen aan de civielrechtelijke kwalificatie of een aanzegging als gedaan door de in deze laatstgenoemde zaak beklaagde advocaat daadwerkelijke rechtsgevolg met zich meebrengt (laten wij dat maar aan het Hof van Discipline overlaten nu appel is ingesteld). Het gaat mij er thans om dat de advocaat er bedacht op dient te zijn dat regel 18 lid 2 vooralsnog een beperktere uitzondering lijkt te vormen dan men op basis van de totstandkomingsgeschiedenis en grammaticale uitleg zou mogen verwachten. Men zij dus gewaarschuwd. Het valt ook op dat de Raad van Discipline deze overtreding kennelijk dusdanig serieus acht dat hij een maatregel pleegt.

Ook van belang is dat hieruit de les kan worden geleerd dat de uitzondering van regel 18 lid 2 niet eenvoudig kan worden gehanteerd om het verbod van regel 12 te omzeilen. Laat u dus niet verleiden al die mededelingen die u zo graag aan de rechtbank kenbaar wilt maken te proppen in een brief aan de wederpartij, die brief te overgieten met een aanzegging, daaraan rechtsgevolgen te verbinden opdat die brief in rechte kan worden overgelegd. Die omzeiling van regel 12 zal ontegenzeggelijk leiden tot overtreding van regel 12 en regel 18 lid 2. Daar komt nog bij dat wij ervan uit mogen gaan dat de advocaat die dit tracht te doen uiteraard bij gelegenheid nog wat uit de doeken zal willen doen over de schikkingsonderhandelingen die op niets zijn uitgelopen en daarmee ook regel 11 overtreedt. Maar goed, u weet natuurlijk beter …

Ik begon deze column met u mede te delen hoe ik antwoord op de vraag of ik nu niet schoon genoeg heb van al die klachten. Ik wil daar toch nog het volgende over kwijt. In het vorige baliebulletin werd geklaagd over het quotum aan (te consumeren en niet consumerende) ballen bij de nieuwjaarsborrel van de Raad van Toezicht. Deze klacht is anoniem gedaan, niet ondertekend en niet verzonden aan het Ordebureau en zal daarom niet in behandeling worden genomen. Wel kan ik daarover zeggen dat de aanwezige leden van onze orde tezamen met het handjevol rechters en een enkele oud-deken die niet meer deel uitmaakt van onze orde tezamen 400 ballen hebben weten weg te werken. Ik schat het aantal aanwezigen op 120. Zelf heb ik geen bal gehad. Ik vermoed dat de advocates onder ons zich wat het consumeren van ballen betreft redelijk bescheiden hebben opgesteld. Gemiddeld zouden er dan 5 ballen beschikbaar moeten zijn geweest per advocaat die zich daarvoor openstelde. Diegene die overwegen de organisatie van de nieuwjaarsborrel het tekort aan ballen te verwijten, geef ik in overweging komend jaar de “routing” van de ballen te volgen en te trachten te achterhalen welke advocaten zich ophouden tussen de keuken en de zaal waar de receptie wordt gehouden. Namen en rugnummers, graag.

Ik hoop u allen te treffen bij het feest dat voor de balie wordt georganiseerd op de dag van de plaatselijke pleitwedstrijden op 21 mei aanstaande in restaurant Griftpark.

 

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Advocaten

Huan Tan

Huan Tan

+31 (0)88 30 300 31 tan@benvalor.com