Van de Deken: gedragsregel 28

Eerder schreef ik op deze plek over gedragsregels en de toepassing daarvan. Het lijkt mij zinvol daarmee verder te gaan. De aanleiding daarvoor is niet zozeer dat het aantal klachten in het afgelopen jaar lijkt te zijn verdubbeld, maar meer dat deze plek mij geschikt lijkt om de kennis en ervaring die ik als deken op het gebied van het tuchtrecht opdoe met u te delen.

Wat betreft de toename van het aantal klachten, dit blijkt niet alleen in Utrecht zo te zijn. De cijfers hierover worden binnenkort gepubliceerd in het jaarverslag van de Raden van Disciplines. Het valt mij op dat een groot gedeelte van de klachten betrekking heeft op financiële aangelegenheden. Cliënten lijken vaker te klagen over de hoogte van de declaratie die zij mochten ontvangen. Ook over de kwaliteit van het werk dat de advocaat heeft geleverd (of het resultaat dat is bereikt) in relatie tot het bedrag dat daarvoor betaald moet worden, wordt meer en meer geklaagd.

Wat ik hier op deze plek graag met u deel is dat klachten die betrekking hebben op financiële aangelegenheden, ondanks dat deze veelal in de begrotingsprocedure thuishoren, wel door de deken in behandeling (moeten) worden genomen. Als bij de deken de verwachting bestaat dat een bemiddelingspoging kans van slagen heeft, zal de deken ook trachten een regeling tussen klager en verweerder tot stand te brengen.

Wat opvalt bij veel van de klachten is dat de kern van de klacht erop neerkomt dat de cliënt eigenlijk niet weet waar hij aan toe is, financieel bedoel ik, als hij bij de advocaat over de drempel komt. Tot mijn verbazing blijkt dat het nog regelmatig voorkomt dat advocaten zaken in behandeling nemen zonder voor een deugdelijke bevestiging van de opdracht zorg te dragen en dat advocaten de verwachtingen van de cliënt voor wat betreft de kosten van een procedure slecht lijken te managen. Natuurlijk kan het zo zijn dat de advocaat één en ander verkeerd heeft ingeschat. Dit neemt niet weg dat de cliënt mag verwachten dat hij wordt gewaarschuwd indien dit inderdaad het geval blijkt en de kosten (aanzienlijk) hoger uitvallen dan aanvankelijk werd gedacht. Het is niet verwonderlijk dat cliënten klagen als zij opeens worden geconfronteerd met – in hun ogen – torenhoge declaraties en er dan ook nog eens kantoorkosten in rekening worden gebracht, terwijl de cliënt er geen benul van heeft waarom hij deze zou moeten betalen. U begrijpt het, wij hebben dan een ideale samenstelling van omstandigheden die bij de cliënt tot woede en frustratie leiden. En die cliënt belt mij!

Wij advocaten kunnen dit voorkomen door eenvoudigweg de opdracht deugdelijk en uitgebreid te bevestigen, daarmee niet alleen duidelijk inzicht geven in het uurtarief, maar mogelijk ook om een inschatting te geven van de te verwachten kosten, waarbij het uiteraard verstandig is daarbij op te merken dat indien de verwachting daarover wijzigt, de cliënt zal worden geïnformeerd. Doe dat vervolgens dan ook. Tenslotte is het goed de inhoudelijke verwachting ten aanzien van het te bereiken resultaat te managen. Ik heb overigens niet de indruk dat het overgrote deel van de advocatenpopulatie dit verkeerd doet. Maar goed, u kunt maar beter gewaarschuwd zijn.

Zeker in deze periode waarin de gevolgen van de recessie van de afgelopen periode nog goed voelbaar zijn, blijken cliënten mondig en zeer bereid te klagen over declaraties van advocaten. De keerzijde hiervan is dat advocaten ook zelf goed op hun eigen belangen moeten passen. Niet ongebruikelijk is van de cliënten voorschot te bedingen. Echter, ondanks dat dit toch vrij duidelijk in de gedragsregels is geschreven, blijkt dat er nog steeds advocaten zijn die niet weten dat een andere zekerheid dan een voorschot in geld niet mag worden bedongen zonder voorafgaand overleg met de deken. In dit verband wil ik graag wijzen op een recente uitspraak van de Raad van Discipline Amsterdam (15 maart 2011 in de zaak 10-412, te vinden op tuchtrecht.nl) waarin een advocaat is berispt omdat hij deze regel heeft overtreden.

Wellicht mag ik u als literatuur voor het slapen gaan nog eens in overweging geven regel 23 tot en met regel 28 door te lezen? Dit allemaal in het kader van beter voorkomen dan bij de deken komen om één en ander uit te praten.

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Advocaten

Huan Tan

Huan Tan

+31 (0)88 30 300 31 tan@benvalor.com