Van de Deken: gedragsregel 6

Vorig weekeinde zaten wij in de auto, op weg naar vrienden in Amsterdam. Natuurlijk waren wij weer eens aan de late kant. Ik reed. Wij moesten natuurlijk even melden dat wij iets verlaat waren. “Bel jij even?” zei ik. “Ik heb het nummer niet in mijn telefoon” was het antwoord. “Bel maar met mijn toestel” zei ik zonder verder na te denken. En zo ligt een overtreding van een verorde

Met ingang van 1 september dit jaar mag je je telefoon niet meer door niet geheimhouders laten gebruiken! Natuurlijk wist ik zelf wel dat de Verordening op de Nummerherkenning inmiddels volledig in werking was getreden, maar omdat ik zelf merkte dat een gewone (voor de handliggende, vanzelfsprekende en automatische) handeling als het even laten bellen met jouw mobiel leidt tot klachtwaardig gedrag, dacht ik er goed aan te doen dit voorval even met u te delen.

Nu Regel 6. Net als de Verordening op de Nummerherkenning beogen wij met Gedragsregel 6 de vertrouwelijkheid te beschermen.

Zo moeten wij zwijgen over bijzonderheden van door ons behandelde zaken, de persoon van de cliënt en de aard en omvang van de belangen, hoe graag wij ook zouden willen spreken over onze successen! Laat je dus niet verleiden om de website van kantoor op te leuken met zakelijke successen en deals waarbij je bent betrokken of betrokken geweest. In een uitspraak van het Hof van Discipline van 27 augustus 2010 (LJN: YA1464) is te lezen hoe het een advocaat is vergaan die (ongeanonimiseerd) sierde met een kennelijk interessante transactie. In dit geval had de advocaat overigens nagelaten de cliënt om toestemming te vragen tot deze publicatie. Maar goed, ook al zou de cliënt hebben ingestemd, dan nog vormt de publicatie een overtreding van Regel 6, zij het dat de cliënt dan uiteraard geen belang heeft bij het daarover klagen.

Wij hebben ook de zorg de vertrouwelijkheid te waarborgen. Dat wij niet te luid in het openbaar over zaken moeten praten, hadden wij zelf al bedacht. Maar was u erop bedacht dat de bouwkundige inrichting van uw spreekkamer wel eens door de Raad van Discipline onder de loep zou kunnen worden genomen? In een uitspraak van 13 september 2011 (LJN: YA2006) overweegt de Raad van Discipline Amsterdam: “Verder moet ervan worden uitgegaan, nu dat niet is betwist, dat het voor de temperatuurregeling binnen kantoor nodig was dat de scheidingswand tussen de kamer van verweerder en die van mr. R gedeeltelijk open bleef”. Dit lijkt mij een niet alledaagse overweging in het tuchtrecht. Wat was er aan de hand? Een vaste cliënt van mr. X komt langs voor een intakegesprek en wordt door mr. X ontvangen in de spreekkamer. Mr. R is een kantoorgenoot van mr. X. Vanwege de opening in de spreekkamer kan mr. R dus meegenieten van het intakegesprek. Mr. R hoort dat de cliënt een zaak wil beginnen tegen een (voormalige) cliënt van hem. Mr. R mag natuurlijk niets met die informatie, maar loyaal als hij is, belt hij in strijd met zijn geheimhoudingsplicht zijn voormalige cliënt. Maar goed, niet mr. R, maar mr. X is hier de beklaagde. Terecht behoefde mr. X er niet op bedacht te zijn dat zijn luistervinkende kantoorgenoot de geheimhoudingsplicht zou schenden. Voor wat betreft de open spreekkamer viel mr. X niets te verwijten, begrijp ik, omdat anderen dan zijn kantoorgenoot niet konden meeluisteren. De norm is dat de geheimhoudingsverplichting van de advocaat meebrengt dat de advocaat al het redelijke doet om te voorkomen dat derden kunnen meeluisteren met de gesprekken die hij met zijn cliënt voert. Aan deze norm was dus voldaan. Hoe liep het verder af? U raadde al dat mr. X en mr. R inmiddels uit elkaar zijn. Mr. X zal ook zijn cliënt kwijt zijn. Verder is de klacht tegen mr. X ongegrond verklaard, voor zover deze betrekking had op de schending van de vertrouwelijkheid. Wel gegrond verklaard is een ander onderdeel van de klacht, maar dat onderdeel valt buiten het kader van regel 6 en bespreek ik hier dus niet, anders dan dat het wel gênant (en onbetamelijk) is dat mr. X ondanks zijn veel eerdere toezegging pas op de dag van de zitting bij de tuchtrechter EUR 200,- aan de cliënt terugbetaalt.

De geheimhoudingsverplichting kent grenzen. Voor zover al van duidelijke uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht kan worden gesproken, noem ik één voorbeeld (HvD 4 juni 2009, nummer 5285). Een advocaat wordt verweten zijn geheimhoudingsplicht te hebben geschonden door, kort gezegd, in een echtscheidingszaak contact op te nemen met de Raad voor de Kinderbescherming om daarmee vertrouwelijke informatie te delen. De beklaagde advocaat heeft met zijn verweer tegen de klacht duidelijk gemaakt dat hij bedreigingen van de kant van klager jegens diens voormalige echtgenoot, alsmede diverse medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, zo serieus heeft moeten opvatten, dat hij het onverantwoord achtte om zijn geheimhoudingsplicht te handhaven. De raad heeft uit hetgeen op grond van de stukken is komen vast te staan en uit hetgeen ter zitting is besproken afgeleid dat de door de advocaat onder de gegeven omstandigheden gemaakte keuze niet als onjuist kan worden gekwalificeerd. Er was sprake van een directe dreiging en daaruit voortvloeiend gevaar voor betrokkenen. Verder is niet komen vast te staan dat de advocaat de vertrouwelijke informatie ook aan anderen dan de Raad voor de Kinderbescherming heeft verstrekt. Het Hof van Discipline bekrachtigt de uitspraak van de Raad van Discipline.

Duidelijk is ook de noot onder deze uitspraak: “Vertrouwelijkheid is een kernwaarde van de advocatuur. Aan de geheimhoudingsplicht voor advocaten wordt terecht zwaar getild. De bereidheid om de geheimhoudingsplicht te relativeren, lijkt echter toe te nemen. Wanneer mensenlevens op het spel staan, is het eigenlijk al geen punt van discussie meer dat de geheimhoudingsplicht geen absolute werking heeft. In de kenbare tuchtrechtspraak was dit echter nog niet eerder duidelijk naar voren gekomen. Met deze uitspraak is in die leemte voorzien. Zie ook Bannier, Zoals een behoorlijk advocaat betaamt – Advocatengedragsrecht, p. 70 e.v. Uit de beslissing blijkt niet of mr. X overleg heeft gevoerd met de deken voordat hij zijn geheimhoudingsplicht doorbrak. Dat verdient in situaties als deze wel aanbeveling” (aldus annotator HJdG in het Advocatenblad 4 mei 2010).

Ik had graag nog met u een uitspraak willen delen die illustreert hoe u kunt handelen, indien u als getuige wordt opgeroepen om te verklaren over een zaak waarin u als advocaat betrokken was. De ruimte in deze editie van het Balie Bulletin ontbreekt helaas, maar ik kan u melden dat het kan helpen indien u advies inwint bij de deken en u bij het getuigenverhoor laat bijstaan door een advocaat. U weet natuurlijk wel dat de strekking van regel 6 ruimer is dan die van het verschoningsrecht van de advocaat op het moment dat u zelf het subject (of is het: het object?) bent van een enquête, heeft u dit in de hitte van de strijd wellicht niet helemaal scherp.

Ter afsluiting noem ik voor de liefhebbers nog twee uitspraken waarin geheimhoudingsperikelen een rol spelen, LJN: YA0714 en YA0429.

Ik tref u allen graag bij de jaarvergadering op 27 oktober a.s.

 

Share on LinkedInTweet about this on TwitterShare on Facebook

Advocaten

Huan Tan

Huan Tan

+31 (0)88 30 300 31 tan@benvalor.com